Heutagogiek 

“Wat keer op keer uit onderzoek blijkt, en wat we allemaal weten, is dat de gemiddelde mens niet bestaat (Boonstra, 2016).” Hieruit voort is ‘heutagogiek’ ontstaan. “Binnen de heutagogiek wordt de leerling als belangrijkste persoon gezien in het eigen leren, waarbij het leren altijd gebeurt op basis van persoonlijk ervaringen. De leraar is daarbij vooral een leider in het leren, waarbij er een samenwerking is tussen leerlingen en docent (Lucassen, 2016).” Ieder kind leert op zijn eigen tempo. Dit gebeurt bij veel scholen nu al, zij geven een of meerdere vakken ‘groep doorbrekend’. “Kinderen uit verschillende jaargroepen werken met elkaar aan een opdracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van zelfstandigheid, samenwerken en verantwoordelijkheid (De Bonkelaar, 2018).”

Wat betekent dit voor de docenten?

De rol van de leraar gaat daarom ook enorm veranderen. Waarbij het vroeger de alwetende kennisbron was voor leerlingen is dit al lang niet meer het geval. Uit het interview met Ciske van Oosterhout (zie bijlage 4) bleek dat er meer leraren zullen staan voor grotere groepen. Zo zouden we kunnen verwachten dat er ongeveer 5 leraren met verschillende specialisaties één groep van 100 kinderen kunnen lesgeven. Volgens haar blijkt ook dat hierdoor de stress onder de docenten zal afnemen. Als er één leraar van de vijf uitvalt kunnen de andere vier alsnog prima de groep begeleiden.

Wat betekent dit voor uitgevers van lesmateriaal?

Binnen de heutagogiek zijn een aantal bouwstenen die belangrijk zijn voor uitgevers van lesmateriaal. Zo blijkt dat maken heel belangrijk is “Er moet iets gemaakt worden! Leren komt pas tot uiting wanneer er een (fysiek) product is (Lucassen, 2016).” Grote uitgevers zoals Thieme Meulenhoff zullen dus de combinatie moeten maken van leren en maken om zo nog in grote getalen te kunnen verkopen. “Er komt in het onderwijs steeds meer aandacht voor softskills, zoals kritisch denken, probleemoplossend vermogen en samenwerken. Het verbinden van datgene wat leerlingen leren en de wereld om hen heen is hierbij een belangrijk gegeven: het versterkt de motivatie. Het leren wordt zo steeds meer onderdeel van het ‘echte leven’ (AcademicaBusiness College, 2016)”. Dit houdt in dat er niet alleen meer geleerd wordt uit boeken maar dat de kinderen hetgeen wat geleerd wordt ook tot hun eigen leven kunnen betrekken. Op het moment zijn er al uitgevers die deze gedachtegang doorvoeren in hun lespakketten. Zo ook Blink “onze lessen gaan niet over ‘stof overdragen’, maar dagen leerlingen uit om zelf te doen, ervaren en te ontdekken. Activerende didactiek is onze inspiratiebron (Blink, 2015)”. Het is daarom van belang dat de grote uitgevers ook meegaan in deze trend anders zouden zij vervangen kunnen worden door de tot nu toe kleine bedrijfjes.

De waarschijnlijkheid

De heutagogische manier van lesgeven is op meerdere scholen al een feit. Uit testresultaten zal moeten blijken hoe deze manier uitpakt, of het aanslaat voor ieder kind en of zij daarmee ook genoeg te weten komen voor hun toekomst. Uit onze enquête (zie bijlage 3) is gebleken dat vele ouders, studenten, en docenten ook denken dat de leraar in de toekomst meer als een coach zal dienen en dat de lessen meer op het individu gericht zullen zijn.

Digitalisering 

“Digitale informatietechnologie dringt steeds sneller en dieper door in de maatschappij (VSNU, 2016)”. “Digitalisering zal grote gevolgen hebben voor hoe mensen wonen, werken en leren (VSNU, 2016)”. Daarom is het belangrijk dat kinderen worden voorbereid op de toekomst door ze te leren omgaan met deze technologie. Dit houdt in dat ze worden blootgesteld aan apparaten als Chromebooks en Ipads (Zie bijlag 4). Om ze op een juiste manier om te laten gaan met de informatie die online gedeeld wordt zullen er vakken ontstaan zoals: “mediawijsheid: de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media” en “Ictbasisvaardigheden: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen en er ook mee om te kunnen gaan (Leraar24, 2019)”. Volgens Ciske van Oosterhout (zie bijlage 4) zouden ook de naschoolse opvang hier een grote rol in kunnen gaan spelen door vanuit hun cursussen aan te bieden over de nieuwe tijdse vakken.

Wat betekent dit voor de docenten?

Uit het interview met Ciske van Oosterhout (zie bijlage 4) is gebleken dat docenten cursussen zullen gaan volgen die betrekking hebben op de 21 Century Skills. Niet iedere docent hoeft dezelfde cursussen te volgen. De een zal zich specialiseren in “Computational Thinking” en de ander in een vak als creatief denken. Ook zal de werkdruk van de docent afnemen. “Steeds vaker worden digitale systemen ingezet om nakijkwerk te verminderen (Kennisnet, 2018)”. Ook zullen hierdoor de resultaten van de kinderen gelijk duidelijk zijn en “kunt u inzicht krijgen in de leerlingontwikkeling (Kennisnet, 2018)”. “Regelmatig moeten leraren gegevens uit het ene systeem overtypen in een ander systeem. Dit zorgt voor veel extra werk. Gelukkig wisselen systemen steeds vaker leerlingresultaten met elkaar uit (Kennisnet, 2018)”.

Wat betekent dit voor uitgevers van lesmateriaal?

Het lesmateriaal zal veelal gedigitaliseerd moeten worden. Hierbij zal ook getest moeten worden hoe je de hedendaagse opgaven uit werkboeken gaat digitaliseren. Uit onze enquête blijkt dat er ook verwachtingen zijn over een “tegenbeweging die meer menselijkheid in het onderwijs wenst (bijlage 4)”. Daarom zouden uitgevers een goede balans moeten vinden tussen de menselijke kracht in hun lesmateriaal en het gebruik van online en offline lesmateriaal.

De waarschijnlijkheid

Op veel scholen wordt er al gebruik gemaakt van digitale gadgets als tablets en chromebooks (zie bijlage 4). Zo wordt er spelling gecombineerd met het dagelijks leven via tablets (Switch, 2019). Hierbij maken de kinderen foto’s van voorwerpen met de letter van de week. Vervolgens kunnen zij dit in spelvorm leren spellen via diezelfde tablets.

Bronnenlijst:

Academica Business College. (2016, 4 april). De (technologische) onderwijstrends voor 2017 – 2018 (Demo). Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://academicabusiness.college/research/de-technologische-onderwijstrends-voor-2017-2018/

Blink. (2015, 9 november). Onze lesmethodes zijn anders. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://blink.nl/onze-lesmethodes-zijn-anders

Boonstra, C. (2016, 28 december). Vijf opvallende conclusies na de eerste dertien #onderwijsvragen. Geraadpleegd op 24 september 2019, van https://operation.education/vijf-opvallende-conclusies-na-de-eerste-dertien-onderwijsvragen/

De Bonkelaar. (2018, 3 april). Groepsdoorbrekend. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://www.bonkelaar.nl/ons-onderwijs/groepsdoorbrekend/

Kennisnet. (2018, 11 oktober). Werkdruk verminderen met ict? Zo doet u dat in de praktijk. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://www.kennisnet.nl/artikel/werkdruk-verminderen-met-ict-zo-doe-je-dat-in-de-praktijk/

Leraar24. (2019, 8 februari). 21e eeuwse vaardigheden in het onderwijs: leerlingen voorbereiden op de toekomst – Leraar24. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://www.leraar24.nl/51288/21e-eeuwse-vaardigheden-in-het-onderwijs-leerlingen-voorbereiden-op-de-toekomst/

Lucassen, M. (2016, 2 juni). De leerling aan het roer: van Pedagogiek naar Heutagogiek – Vernieuwenderwijs. Geraadpleegd op 24 september 2019, van https://www.vernieuwenderwijs.nl/van-pedagogiek-naar-heutagogiek/

Switch. (2019, 23 mei). Vernieuwend onderwijs met iPads [YouTube]. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://www.youtube.com/watch?v=lK7BoHtmSt4

VSNU. (2016, 5 september). De digitale samenleving. Geraadpleegd op 25 september 2019, van https://www.vsnu.nl/files/documenten/Publicaties/VSNU_De_Digitale_Samenleving.pdf